Ga naar inhoud

Texturen

Een textuur legt een echte, verhoogde oppervlaktestructuur (reliëf) op een onderdeel — bijvoorbeeld metselwerk op de wand of dakpannen op het dak. Toewijzen doe je allemaal in stap 6 · Extra's; zichtbaar als geprinte structuur wordt het reliëf pas bij de export.

Alleen in de printexport

Het reliëf wordt pas bij de export in het model doorgerekend — het is geen opgeschilderde foto en geen kleur. In het 3D-voorbeeld zie je alleen een voorbeeldweergave van het oppervlak. „Geen" betekent in elke categorie: glad, zonder reliëf.

Waar je texturen toewijst

Open in stap 6 · Extra's het paneel „Texturen / Oppervlakken". Texturen worden uitsluitend hier toegewezen.

  • Paneelschakelaar aan — de keuze verschijnt (voorkeuze „Geen"). Tegelijk wordt de X-ray-modus van het 3D-voorbeeld uitgeschakeld, zodat het oppervlak zichtbaar is.
  • Paneelschakelaar uit — de textuurkeuze voor buitenmuur, dak en vloerbedekkingen wordt teruggezet.
  • De toewijzing werkt als een accordeon: er is altijd maar één type uitgeklapt. De gekozen tegel wordt in de rechterkolom groot weergegeven.

Categorieën

Categorie Geldt voor
Buitenmuur Alle buitenmuren — globaal of per verdieping (zie onder).
Dak De dakvlakken.
Aanbouwen Alleen als er aanbouwen zijn. Per aanbouw een eigen gevel- en daktextuur (zie onder).
Luifel Alleen als er een luifel is. Eén textuur voor alle luifels; gebruikt de daktexturen.
Schoorstenen Alleen als er een schoorsteen is. Gebruikt de dakpan- en steenwandtexturen.
Deuren Deurbladen.
Vloerbedekking per ruimte Per ruimte en per terras een eigen vloertextuur.

Buitenmuur: globaal of per verdieping

Standaard geldt één textuur voor alle buitenmuren. Met de schakelaar „Per verdieping" geef je elke verdieping een eigen wandtextuur. Een verdieping zonder eigen keuze blijft glad.

Aanbouwen: eigen gevel en eigen dak

Heeft je gebouw aanbouwen, dan staat in het texturenpaneel de groep „Aanbouwen" — per aanbouw een regel met zijn kleur en een schakelaar. De kop van de groep laat zien hoeveel aanbouwen een eigen textuur hebben.

  • Schakelaar uit — de aanbouw neemt de texturen van het hoofdgebouw over: zijn wanden de buitenmuurtextuur, zijn dak de daktextuur.
  • Schakelaar aan — de regel klapt open en toont twee rijen:

    • Gevel — de keuze uit de buitenmuurtexturen,
    • Dak — de keuze uit de daktexturen.

Beide staan los van elkaar; „Geen" betekent ook hier glad.

De rij Dak verschijnt alleen als de aanbouw een eigen dak heeft. Loopt hij onder het hoofddak mee, is hij een dakterras of heeft hij „Zonder dak", dan is er geen eigen dakdeel dat je zou kunnen textureren.

Alleen tot 1:99

De eigen aanbouwtexturen werken bij de schalen met losse onderdelen. Vanaf 1:100 wordt monolithisch gebouwd: de aanbouw gaat op in het verdiepingsvolume en zijn dak volgt de daktextuur van het hoofdgebouw.

Waar het aanbouwdak aansluit, blijft de muur glad

Loopt een muur boven een aanbouwdak door, dan blijft hij bij de aansluiting over een smalle strook zonder reliëf. Het reliëf groeit naar buiten en zou anders precies de ruimte opgebruiken die het dak nodig heeft om erin te passen. Alleen de aansluiting zelf is betrokken — dakvoet, windveer en de zijdelingse dakoverstek houden hun textuur.

Vloerbedekking per ruimte

Elke ruimte krijgt een eigen vloertextuur; terrassen verschijnen als eigen regels („Terras 1", „Terras 2" …). Ruimtes ontstaan wanneer je een verdieping met binnenmuren opdeelt — zonder ruimtes verschijnt de melding „Nog geen ruimtes". Er zijn tot 120 regels mogelijk.

Het ruimteoppervlak omvat alle volumes van een verdieping: hoofdgebouw en aanbouwen samen, opgedeeld langs de wanden die er echt staan. Een aanbouw met doorgang vormt daarom met het hoofdgebouw één ruimte, zonder doorgang twee. De nummering loopt doorlopend over de hele plattegrond. Binnenplaatsen zijn geen ruimteoppervlak en blijven uitgespaard.

Vloertextuur dwingt één kleur af

Zodra een ruimte een vloertextuur heeft, worden bodemplaat en verdiepingsvloer eenkleurig, en de aparte vloerbedekking is vergrendeld.

Beschikbare texturen

„Geen" (glad) is in elke categorie extra beschikbaar.

Buitenmuur

Materiaal Texturen
Steen Natuursteenmetselwerk 2 · Natuursteenmetselwerk 3 · Blokmetselwerk · Breuksteenmetselwerk · Breuksteenmetselwerk rood · Steenstrips grof · Steenstrips fijn · Begroeide rotswand
Baksteen Zichtmetselwerk groot · Zichtmetselwerk dun
Hout Rhombuslatten verticaal · Rhombuslatten horizontaal · Houten potdekselbekleding · Blokhut · Plankenbekleding · Houten spaangevel
Metaal Trapeziumplaat verticaal · Trapeziumplaat horizontaal
Riet Rietbekleding

Dak (en luifel)

Materiaal Texturen
Baksteen Romeinse holle pan · Platte dakpan · Ronde platte dakpan · Dubbele holle pan · Klassieke dakpannen · Mediterrane kleidakpannen
Hout Houten spanen
Metaal Trapeziumplaat verticaal · Trapeziumplaat horizontaal
Riet Rieten dak · Rietdak

Vloer en terras

Materiaal Texturen
Steen Bestrating grof · Bestrating fijn · Steenplaten · Betontegels · Tegels · Blokbestrating · Breuksteenbestrating · Breuksteenbestrating rood
Hout Houten vloerdelen · Visgraatparket · Zeshoekig parket

Deuren

De cassettedeur wordt op de bladmaat gepast, zodat het motief volledig op het blad past en er rondom een gladde lijst overblijft. Alle overige deurtexturen worden als een wandvlak getegeld en blijven iets vlakker, zodat het reliëf niet door de dunne bladdikte heen gaat.

Flikkeren in het voorbeeld

Weergavefouten van het textuurvoorbeeld (flikkeren, patroonartefacten) zijn puur rendereffecten — in het geëxporteerde 3D-model zitten ze niet.

Verwante pagina's

  • Schaal — de exportschaal bepaalt hoe fijn het reliëf wordt geprint.
  • Formaten — in welke bestanden het getextureerde model eruit komt.
  • Glossarium — begrippen rond onderdelen en printen.