Verdiepingen¶
Stap 0 is het begin. Je bepaalt hoeveel volledige verdiepingen je gebouw heeft en hoe hoog elke verdieping wordt.
Aantal volledige verdiepingen¶
In het hoofdpaneel stel je onder „Aantal volledige verdiepingen" het aantal verdiepingen in met de knoppen − en +.
| Waarde | |
|---|---|
| Minimum | 1 verdieping |
| Maximum | 10 verdiepingen |
De eerste verdieping heet BG (begane grond), elke volgende Verd. 1, Verd. 2 en zo verder.
Verdiepingshoogte per verdieping¶
Elke verdieping krijgt zijn eigen hoogte. De schuifregelaars daarvoor vind je rechts in het parameterpaneel onder „Verdiepingshoogte per verdieping" — één schuifregelaar per verdieping.
| Instelling | Bereik |
|---|---|
| Kamerhoogte begane grond | 0,3 m tot 15,0 m |
| Kamerhoogte bovenverdiepingen | 0,3 m tot 8,0 m |
| Stapgrootte | 0,1 m |
Boven elke schuifregelaar staan twee waarden: links de ingestelde kamerhoogte, rechts de daaruit resulterende verdiepingshoogte. De verdiepingshoogte ligt 0,30 m boven de kamerhoogte.
Kamerhoogte en verdiepingshoogte
Het verschil van 0,30 m is de dikte van de verdiepingsvloer. Voorbeeld: stel je 3,00 m kamerhoogte in, dan toont de app = 3,30 m verdiepingshoogte aan.
Dak en dakvoet¶
Een melding in het parameterpaneel herinnert je eraan: Het dak zit direct op de bovenste verdieping. Er is geen aparte bovenste vloer.
Bovenste verdieping = draaipunt van het dak
Bij meer dan één verdieping bepaalt de hoogte van de bovenste verdieping tegelijk het draaipunt van het dak, oftewel de dakvoet. Wat dakvoet en nok betekenen, staat in de Woordenlijst.
Als de verdiepingen staan, gaat het verder met de Plattegrond.